Erfgoed in de kijker - Een Romeinse opgraving te Leerbeek

27.12.2020

In 2017 is aan de Kwadebeekstraat te Leerbeek een archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij twee Romeinse villadomeinen zijn blootgelegd. In de periode na de opgraving heeft men uitgebreid onderzoek op de vondsten uitgevoerd, die tot interessante inzichten hebben geleid.

Er zijn twee zones onderzocht die in elkaars verlengde liggen, maar doorkruist worden door de Bosbeek. Aan beide zijden van de Bosbeek moet volgens de onderzoekers een villa hebben gelegen. Een Romeinse villa was een agrarische nederzetting met een hoofdgebouw met meerdere kamers en een pannendak. Erbij hoorden ook nog een reeks bedrijfsgebouwen. Archeologen onderscheiden verschillende typen villae. In onze omgeving komt vooral het ‘compound’-type voor. Dat waren nederzettingen op een afgebakend terrein, waarbinnen de gebouwen vaak georganiseerd lagen rondom een centrale open ruimte. Waarschijnlijk hadden de villa’s aan de Kwadebeekstraat ook zo’n centrale open ruimte, maar omdat slechts een deel van de villaterreinen is opgegraven hebben ze die niet teruggevonden. Bij de opgraving aan de zuidelijke oever van de Bosbeek zijn verschillende greppels teruggevonden die het villadomein afbakenden. Die greppels laten ook zien dat het domein meermaals is uitgebreid en dat de opgegraven zone enkel de oostelijke zijde van de villa betrof. Vermoedelijk lagen het hoofdgebouw en de centrale open ruimte meer richting het westen, buiten het opgravingsterrein. In de noordelijke zone is een dergelijk greppelsysteem niet teruggevonden. Dat kan door verstoringen in de bodem komen en hoeft niet per se te betekenen dat ze er niet waren. Ook in het noordelijke domein is het hoofdgebouw niet binnen de opgravingszone teruggevonden.

De villa’s in Leerbeek lagen zeker niet geïsoleerd. Zo’n 500 m ten westen bevond zich een belangrijke Romeinse weg die de vicus van Asse in het noorden met de vicus van Kester verbond. Een vicus was een nederzetting waar zich handwerkslieden en handelaren hadden gevestigd en waar enkele centrumfuncties voor een gebied werden uitgeoefend. Denk daarbij aan administratieve, religieuze of economische functies. Verder zijn er in de nabijheid nog een aantal andere villae gekend. Zo liggen de villa op het Lomberveld en de villa aan de Pattattestraat binnen een straal van 2,5 km. De villa van Denderwindeke bevindt zich op ca. 7,5 km ten noordwesten van de site te Leerbeek. Iets verder liggen ook nog de villae van Dilbeek-Wolsemveld (opgegraven in 2015), Anderlecht, Asbeek, Jette en Wemmel.

De onderzoekers schetsen zo een beeld van een vrij intensief bewoond landschap op een vruchtbaar leemplateau, dat doorsneden is door beken. Daarbij is het niet uitgesloten dat ook langs andere beken nog villa’s gelegen hebben. De twee villae te Leerbeek zullen zich (zoals veel andere villae) voornamelijk gericht hebben op een agrarische surplusproductie, die bestemd was voor de handel. Dat surplusproductie belangrijk was, is te herleiden uit de vondst van een aantal grote opslagstructuren, waarin onder andere resten van spelt en tarwe zijn teruggevonden. De vicus van Kester bevond zich hemelsbreed slechts op 1,2 km afstand en was zowel via de heerbaan Asse-Bavy als via water gemakkelijk te bereiken. Daarmee was Kester waarschijnlijk de belangrijkste handelsplaats voor de domeinheren.

Uitgelicht
In de noordelijke zone is in een kuil een mannelijk varken van ca. 2 jaar oud gevonden. Hoewel het dier volledig intact begraven lijkt te zijn, zijn er toch enkele hak- en snijsporen te vinden. Het lijkt erop dat de achterpoten los gehakt zijn om het dier makkelijker in de kuil te laten passen. Het is ongebruikelijk om een volledig begraven varken uit de Romeinse tijd terug te vinden. Varkens werden door de Romeinen namelijk gehouden voor het vlees. Er zijn wel enkele mogelijkheden te bedenken waarom het varken niet gebruikt is voor vleesconsumptie. Zo zou het kunnen zijn dat het ziek was, al zijn daar geen zichtbare sporen van teruggevonden. Het kan ook zijn dat het een rituele begraving (offer) was, of dat er een ongeluk was gebeurd waardoor het dier als kwaadaardig werd gezien en niet meer geschikt voor consumptie.


Bron: P.L.M. Hazen (red.), Romeinen en middeleeuwers aan beide zijden van de Bosbeek: een archeologische opgraving aan de Kwadebeekstraat te Leerbeek (gemeente Gooik), VEC Rapport 97, 2020.

Reageer