Erfgoed in je gemeente

Affligem

Affligem

Cultureel erfgoed in Affligem

Affligem, de voortuin van het Pajottenland

Affligem dankt haar naam aan de abdij van Affligem, een van de bekendste abdijen van ons land. Gevormd door de dorpjes Essene, Hekelgem en Teralfene, situeert de gemeente zich helemaal in het noorden van Pajottenland. Vandaar dat het zichzelf betitelt als “de voortuin van het Pajottenland”. De gemeente is sterk verstedelijkt. Toch blijven er nog open ruimtes, met het oude cultuurlandschap van bossen, weiden en kouters.

 

Affligem, abdij met faam

De Sint Pieters- en Sint Paulusadbij van Affligem (www.abdijaffligem.be) werd vermoedelijk gesticht in 1062. Onder het motto van Sint-Benedictus “ora et labora” (bid en werk), groeide ze uit tot een van de belangrijkste abdijen in de Nederlanden. Enkel in deze Vlaamse benedictijnenabdij verblijven er nog monniken. Momenteel vind je overal het befaamde bier en de kaas van Affligem, maar ze worden er sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer gemaakt. In de omgeving van de abdij kan je in de zomer niet naast de hopranken kijken. Enkel Affligem, enkele buurgemeenten en de streek rond Poperinge tellen nog hopvelden. Recent wordt er in Affligem opnieuw wijn verbouwd. Het domein ‘De Kluizen’ produceert witte en rode wijn uit de tuin van de voormalige abdij Maria Mediatrix.

 

Kerken, molens en hoeves

Sinds enkele jaren klinkt in de Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingkerk van Essene het Van Peteghemorgel (1817) als vanouds. Op de stoere Romaanse toren van de Hekelgemse Sint-Michielskerk lees je, na de laatste rennovatie, een unieke waarschuwing: “Siet hier de verganckelyckheyt van den Tyd”. In Teralfene vind je aan de kerk van Sint-Jan Evangelist nog de “Roepsteen” terug. Tot het midden van de 19e eeuw kondigde de ‘Belleman’ hier de wetten af omdat bijna niemand kon lezen. Nog steeds vervult een officiële ‘Belleman’, een oude veldwachter, zijn taak op bijzondere gelegenheden. Daarnaast stuit je in Affligem op oude hoeves en molens, waaronder de Bellemolen (watermolen) en de Oude Molen (windmolen). Al dit erfgoed van Affligem ontdek je langs de talrijke wandel- en fietspaden. Zo kan je lopen in de voetsporen van de soldaat Harry Haigh, die sneuvelde tijdens de “Slag aan de Dender” (18 mei 1940).

 

Zot van folklore

Met de Sint-Antoniusviering op zondag 17 januari (of op de eerste zondag erna) waan je je bijna terug in een verloren tijd met kolenvuurtjes, pensen, erwtensoep, pannenkoeken, varkenskoppen die per opbod worden verkocht… Op de eerste zondag na Pasen (Beloken Pasen) vier je kermis aan de Kluiskapel. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw wordt vereerd tijdens de begankenis naar de Kluis. Hekelgem stalt op pinkstermaandag het kleurrijke houten beeld van Sint-Cornelius uit. De bedevaarders “komen te zeggeren” (offeren) om zijn hulp in te roepen tegen stuipen van kinderen. Het eerste weekend van september organiseert Teralfene de Zotsfeesten. Een volkskermis, waarbij de spotnaam voor Teralfene “zot” hier niet gek of zwakzinnig betekent, maar wel plezant, geestig, speels,…

Essene bezit met ‘De Montil’ over een beeldentuin met internationale allure. Een paar kunstenaars beoefenen in Hekelgem nog steeds de unieke zandschilderkunst. Het gaat terug op de aloude volkskunst van het zandtekenen: ter gelegenheid van een processie werden met wit zand versieringen aangebracht in de haard, rond de kachel of op de straat.

 

Het geheugen van Affligem

Het archief van de Heemkundige kring "Belledaal" is gelegen op de ondergrondse verdieping van de bibliotheek van Affligem. Je kan er grasduinen in genealogische informatie (doop-, overlijdens- en  huwelijksberichten), bidprentjes, rouwbrieven, foto’s, kranten, politieke leven en enkele privécollecties.

Drogenbos

Cultureel Erfgoed in Drogenbos

De beboste heuvel

Drogenbos is ontstaan in de 11e eeuw als één van de feodale dorpen onder de hoede van de hoogmeierij van Sint-Genesius-Rode. Dankzij haar ligging aan de Zenne, het kanaal en de spoorweg en door de groei van Brussel, werd het dorp in de 19e en 20e eeuw sterk geïndustrialiseerd en nam het bevolkingsaantal fel toe. Zo evolueerde Drogenbos van een landelijk gebied met voornamelijk veeteelt tot een verstedelijkte gemeente. De naam van de gemeente verwijst naar de ooit volledig beboste heuvel genaamd ‘Drogen Bosch’ die uitstak boven de omringende moerassen. Door de toestroom van inwijkelingen verwierf het dorp in de 20ste eeuw het statuut van gemeente met taalfaciliteiten.

Artistieke inspiratie

Schilderkunst Met groene weilanden, de kabbelende Zenne en de ligging vlakbij Brussel was Drogenbos een mooie uitvalshoek voor kunstenaars. De meest gekende artiest is wel Felix De Boeck. Geboren in Drogenbos, was hij aan het begin van de jaren twintig één van de eerste modernistische kunstenaars in België. Aan de hoeve waar hij woonde en werkte als boer en schilder, is nu het FelixArt museum gevestigd. Het museum bevat een grote collectie kunstwerken van zowel De Boeck als zijn tijdgenoten. De collectie vormt het vetrekpunt voor steeds wisselende tentoonstellingen. Ook Louis Thevenet, Paul Craps en Marie Collart zijn enkele van de kunstenaars die in Drogenbos woonden en werkten.

Kabouters, kaaskrabbers of boerkozen

Drogenbossenaars worden ook wel eens kaaskrabbers genoemd. Door de nabijheid van Brussel ontwikkelde zich immers geleidelijk aan een bloeiende kaas- en boternijverheid binnen de gemeente. In Drogenbos, dat vele weilanden rondom de Zenne rijk was, deden heel wat boeren aan veeteelt met als gevolg dat er melk in overvloed was voor de kaasbereiding. Zowel Brusselse of harde kaas als schep- of mandjeskaas werden geproduceerd. In 1998 werd de spotnaam van de Drogenbossenaars verbronst in de vorm van een beeld dat zich momenteel op de drukke rotonde op de grote baan bevindt. Een andere bijnaam voor de inwoners, ‘Boerkozen’, verwijst dan weer naar de groententeelt die in het begin van de 20e eeuw voor vele een broodwinning werd.

De vroegste sporen van de Sint-Sebastiaansgilde gaan terug tot de 16e eeuw. De boogschuttersvereniging tracht de tradities in leven te houden. Hun vlag en breuk worden dan ook zorgvuldig bewaard. Onlangs schakelde de gilde over van een staande naar een liggende wip.

In Drogenbos woont een wel heel bijzondere reus: Paulus de Drogenboskabouter. De reus werd geboren naar aanleiding van een spel zonder grenzen onder faciliteitengemeenten in 1985. Paulus wordt beheerd door de cultuurraad maar ziet jammer genoeg nog maar zelden het daglicht.

Het geheugen van Drogenbos

Heemkring Sicca Silva zet zich in voor het erfgoed uit Drogenbos. De vereniging bezit een uitgebreid en gestructureerd archief waarin historische documenten over de gemeente bewaard worden. Onder andere doodsprentjes, foto’s en prentbriefkaarten maken deel uit van de collectie. Sicca Silva is gehuisvest in het parochielokaal, in dit lokaal zijn ook de parochieregisters en archieven van kerkfabriek ondergebracht. De heemkring bezit eveneens een kleine collectie historische objecten. Regelmatig zet de kring tentoonstellingen op of geeft ze brochures over een aspect van de geschiedenis van de gemeente uit.

De cultuurraad neemt een belangrijke culturele en sociale rol op in de gemeente door de organisatie van tal van activiteiten. In het tijdschrift ‘Kaaskrabber’ publiceert zij interessante mondelinge getuigenissen van gemeentebewoners.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

Door mee te stappen in het regionale erfgoedverhaal (de erfgoedconvenant) wil vzw De Rand ook de organisatie van erfgoedactiviteiten voor de inwoners van Drogenbos ondersteunen. Vzw De Rand coördineert haar werking voor Drogenbos vanuit het gemeenschapscentrum De Muse.

De gemeente Drogenbos vindt haar culturele erfgoed belangrijk en werkt dan ook samen met heemkring Sicca Silva om historische documenten te bewaren en Open Monumentendag te organiseren. De gemeente keert eveneens subsidies uit en biedt logistieke ondersteuning aan organisaties voor hun dagelijkse werking en activiteiten. De gemeente is eveneens betrokken partner in het FelixArt Museum.

Halle

Cultureel Erfgoed in Halle (Buizingen, Halle, Lembeek)

Eigenzinnig centrum (eigenzinnige stad)

Halle is de enige stad in de regio Pajottenland & Zennevallei en is daardoor een belangrijke aantrekkingspool voor haar omgeving. Stevig genesteld rond haar basiliek lijkt de stad haar omgeving te domineren. Maar niets is wat het lijkt: de deelgemeentes hebben hun autonomie een stuk bewaard. Halle heeft de Mariaprocessie, terwijl Lembeek haar unieke Sint-Veroonsmars heeft. Sint-Rochus, buiten de muren gelegen vormt ook een gemeenschap op zich en de Essenbekenaren laten zich liever Zavelkoppen dan Vaantjesboeren noemen. Het stadsbestuur zal ermee moeten leren leven.

Maar de stad oefent wel degelijk invloed uit op haar omgeving. Halle is reeds lang een trekpleister in de regio voor godsdienstbeleving (Mariaprocessie), voor werkgelegenheid en industrie (de kanaalzone met chicoreifabriek Pacha, grootwarenhuisketen Colruyt, etc.) en voor cultuur. In Halle kwamen ook een aantal grote namen langs zoals kardinaal Cardijn, componist Servais, schrijver Hendrik Conscience en de kunstenaarsbroers Colruyt.

Musea

Basiliek: De Maagd Maria voorzag voor Halle een belangrijke plaats voor haar verering en de Halse basiliek kreeg daardoor de voorbije eeuwen grote bezoekers als Keizer Karel, Hendrik VIII en Lodewijk XI over de vloer. Hun geschenken tonen het belang van deze bedevaartplaats. Minder bekend is dat de toren van de basiliek ook een belangrijke collectie klokken huisvest. Het oudste exemplaar gaat zelfs terug tot de 14e eeuw. De kerk zelf herbergt naast het vereerde Mariabeeld nog andere waardevolle werken als 14e eeuwse apostelbeelden en een albasten retabel. De Vrienden van de Basiliek en Pro Arte Hallensis zetten zich in om de basiliek en haar inhoud te bewaren en te restaureren. Naast de basiliek beschikt Halle over een groot aantal historisch waardevolle gebouwen.

Zuidwestbrabants Museum: Wil je een goed beeld krijgen van het erfgoed uit Halle, de Zennevallei en het Pajottenland, dan kan je in het Zuidwestbrabants Museum terecht. De collectie van het museum is erg verscheiden. Naast lokale Halse thema’s (Mariaverering en basiliek, carnaval, industrie, etc.), vind je er regionale tentoonstellingen over archeologie, heemkunde en ambachten. Het museum wil een betrouwbare partner zijn voor lokale erfgoedverenigingen en bezoekers. Heb je zelf een erfgoedcollectie uit Halle of de omgeving en weet je niet waar je ermee heen kunt? Neem dan zeker contact op: www.streekmuseum-halle.be. In het museum vind je ook de collectie van de 19e eeuwse kunstenaarsfamilie Servais terug. Deze collectie werd verzameld door de vzw Servais. Deze vzw wil het werk van de Halse componist Servais bekend maken via concerten, cd’s, publicaties en tentoonstellingen.

Het hele jaar feest!

Al verschillen ze in vorm en inhoud, stuk voor stuk worden de verschillende tradities door de eigen gemeenschap gedragen en getuigen ze van een bijzondere levendigheid van het sociale leven en van de zorg voor het eigen lokale erfgoed.


“Maria en haar ballen”:
Van oudsher zakken bedevaarders uit de weide omgeving af naar Halle voor de verering van Maria. In 1489 zou de Halse Maria zelf de kanonsballen in haar mantel hebben opgevangen, waarmee Filips Van Kleef de stad belegerde. In de basiliek zie je deze ballen nog liggen. Nu organiseert de vzw Mariaprocessie (www.mariaprocessie.be) tweejaarlijks de gekende processie door Halle en je kan de Weg-Om (de oude processieweg) zelf bewandelen. Dat de stad een bedevaartsoord werd, heeft de plaatselijke bevolking geen windeieren gelegd. Speciaal voor de bedevaarders werd er hotelovernachting voorzien, er werd een “Duivelsbier” gebrouwen en rond de basiliek kan je terecht voor religieuze artikelen, zoals bedevaartsvaantjes… vandaar de bijnaam vaantjesboer.

Vaantjesboer: Deze Halse bijnaam werd ook vereeuwigd in een reus (Reus Vaantjesboer) en een beeldje (de Kleine Vaantjesboer). De “Confrérie van de Vaantjesboer” draagt de Halse volkscultuur een warm hart toe. Ze staat in voor de jaarlijkse reuzenfeesten en de tweejaarlijkse reuzenstoet. En af en toe maakt ze de geboorte van een nieuwe reus mee… zoals Parapluke in 2011.

Carnaval: Carnaval in Halle leeft en heeft een grote aantrek op de wijde omgeving. Het driedaags feest wordt voorafgegaan door voorbereidingen van de wagens, de verkiezing van de prins, revues, etc. zoals dat elders bij de Vlaamse en Rijnlandse carnavals gebruikelijk is. De carnavalraad zet zich in om het Halse carnaval goed op poten te krijgen en de traditie van carnaval te bewaken. Het carnaval zelf wordt georganiseerd door Halattraction.

Sint-Veroonsmars: Elke paasmaandag maakt Lembeek zich op voor haar jaarlijkse processie. Zo zijn er wel meer in de regio. Maar Lembeek is toch een geval apart. Deze paasprocessie is tegelijkertijd een paardenommegang en de enige soldatenprocessie die Vlaanderen rijk is. De kasdragers trekken met het reliekschrijn van Sint-Veroon langs de gemeentegrenzen en de “Jefkes” (karabiniers) herdenken dat zij de relikwiën terug naar Lembeek brachten. (Meer informatie vind je op de websites van soldatenclub Etat Major, soldatenclub Congo, de karabiniers en de parochie

Honger en dorst: Van al het feesten krijg je honger en dorst. Brouwerij Boon produceert naast Lambiekbieren ook het Halse Duivelsbier en het streekproductencentrum produceert de Sint-Veroonjenever volgens oud recept.

Glasblazen en koekenplanken: Volksambachtenvereniging “Oude Volksambachten Nu” wil oude tradities een nieuw leven geven. Bij hen kan je terecht voor demonstraties vlechten, kantklossen, glasblazen, houtsnijden (koekenplanken) of klompen maken.

Het geheugen van Halle

De Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige kring van Halle (KGOKH) werkt nauw samen met Halse verenigingen, het museum en het stadsbestuur. Zo slaagt zij erin regelmatig tentoonstellingen te organiseren en publicaties uit te brengen, waaronder het tijdschrift Hallensia. De vereniging ijvert ook voor het behoud en de restauratie van het Halse bouwkundig erfgoed en werkte hiervoor mee aan het boek “Halle 434”.

Stedelijke erfgoedondersteuning

De stad Halle legt zich ook toe op haar bouwkundig patrimonium. Daartoe liet ze in samenwerking met lokale erfgoedverenigingen het bouwkundig inventaris “Halle 434” uitvoeren. Voor de herwaardering van haar patrimonium zet de stad in op de restauratie van de basiliek, het stadhuis en de mouterij. Daarnaast ondersteunt de stad het Zuidwestbrabants Museum in haar werking. Het stadsarchief herbergt ook een aantal waardevolle lokale collecties. Verenigingen of personen met vragen rond opzoeking, stamboomonderzoek of bewaring kunnen bij haar medewerkers terecht. Daarnaast ontwikkelde het archief ook een fotodatabank om het Halse erfgoed beter te ontsluiten. Heb jij nog erfgoedfoto’s uit Halle? Neem dan eens een kijkje op de beeldbank! De verschillende erfgoedverenigingen kunnen rekenen op logistieke steun voor hun evenementen.

Lennik

Cultureel Erfgoed in Lennik (Gaasbeek, Sint-Martens-Lennik en Sint-Kwintens-Lennik)

Bakermat van het “Payottenland”

Lennik bekleedde in de loop van de middeleeuwen een belangrijke positie: in Sint-Kwintens-Lennik was immers de grote schepenbank van het Dietse domein van de abdij van Nijvel gevestigd. Men kwam vanuit de wijde omgeving hierheen om geschillen te beslechten en recht te spreken. Daarna bleef Lennik ook doorwegen op de identiteit van haar omgeving. Was het niet Lennikenaar Frans-Jozef De Gronckel die de naam “Payottenland” bedacht en werd de aanleg van de autoweg A8 die het Pajottenland moest doorkruisen, niet tegengehouden door Etienne Van Vaerenbergh, ook uit Lennik? En vandaag zetelt het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei, dat zich toelegt op het versterken van ons regionale cultuurlandschap, in de pastorij van Gaasbeek.

Over kastelen, markiezinnen en prinsen

Kasteel van Gaasbeek: Lennik is vorstelijk bedeeld. Het best gekend is de gemeente dankzij het Kasteel van Gaasbeek, ooit verblijfplaats van graaf van Egmond en in de 19e eeuw in haar huidige romantische setting herschapen door markiezin Arconati Visconti. Haar droomwereld, bevroren in de tijd, vormt vandaag het uitgangspunt van de museumwerking van het kasteel.

Prins, Trots van Brabant: Stoer en als quasi volledig tegenbeeld van de beschutte romantiek van het kasteel, staat buiten in weer en wind “Prins” op de markt van Sint-Kwintens, de eerste echte fokvader van de Belgische trekpaarden en symbool voor de economische welvaart van West-Brabant in de 19e eeuw. Sinds de vervaardiging door Koenraad Tinel in 1992 is het beeld nog amper weg te denken uit het straatbeeld en de hoofden van de Lennikenaren.

Gronckelen, vertellen, drinken en bewegen

Dat in Lennik woord en verhaal nauw verweven zijn met de omgeving, bewijst het Pajotse vertellerscollectief dat van hieruit opereert. Het collectief brengt in de hele regio historische verhalen uit het Pajottenland en de Zennevallei met als doel het verleden blijvend te laten leven. Een andere verbinding tussen het verleden en het heden legt de Gronckelman, genoemd naar Frans-Jozef De Gronckel. Uit erkenning voor zijn bijdrage voor de streek, treedt de figuur van De Gronckel bij publieke activiteiten in zijn advocatentoga naar voor.

Van vertellen krijg je dorst en drank vormt een belangrijk element voor de identiteit van het Pajottenland en de Zennevallei. In de gemeente vind je dan ook een aantal cafés met bijzondere waarde. Zo werd volkscafé “Klosken” ter nauwernood van de sloophamer gered en is het vandaag nog meer dan vroeger een verbinder van mensen in Sint-Martens-Lennik. In Eizeringen is “In De Verzekering (Tegen De Grote Dorst)” dan weer vermaard omwille van het aanbod aan Lambiekbieren en de “Nacht van de grote dorst”. Het Lenniks Poirke (jenever) houdt de herinnering aan het belang van fruitteelt voor de regio bestaande en de zaterdagse boerenmarkt in Gaasbeek houdt de traditie van verkoop van teler aan particulier bewust levend.

In Lennik gaan nog twee processies uit: op zondag na Pinksteren in Sint-Martens en de processie van Eizeringen, ooit ingesteld door de Spaanse infante die daar verbleef.

Het geheugen van Lennik

De gemeente is gezegend met twee verenigingen die het lokale erfgoed bewaren en ontsluiten. Elk met een eigen profiel.

Andreas Masiuskring: in de diepte. De Masiuskring, genoemd naar de 16e eeuwse Lennikse humanist Andreas Maes, is een cultuurvereniging die zich actief inzet voor het erfgoed uit Lennik en omgeving. De kring beschikt over een fototheek, scande voor de gemeente de parochieregisters in en was de drijvende kracht achter het boek “Pajottenland. Een land om lief te hebben”. Daarnaast zet ze zich in voor het behoud van waardevolle monumenten in de gemeente.

Lenniks Archief: in de breedte. Het Lenniks Archief legt zich vooral toe op het verzamelen en publiceren van foto- en filmmateriaal uit Lennik. Het archief is daarom ook blijvend op zoek naar archieven en collecties uit de gemeente voor digitalisering en publicatie in “’t Lenniks Archiefje”. Jaarlijks maakt het archief ook een overzicht op van de gebeurtenissen die zich in de gemeente dat jaar afspeelden. Nu registreer je immers het erfgoed van de toekomst.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

Voor de gemeente groeit het bewustzijn dat het lokale erfgoed belangrijk is en een toeristische troef kan zijn. De erfgoeddeelraad staat in voor concrete erfgoedacties (Open Monumentendag, Erfgoeddag, viering 20 jaar “Prins”) en zij adviseert de gemeente en probeert collectiehouders te sensibiliseren om goed met hun erfgoed om te gaan. Daarnaast verleent de gemeente steun aan de uitwerking van  een regionaal erfgoedfilmfestival, Platto.

Herne

Cultureel Erfgoed in Herne (Herne, Herfelingen en Sint-Pieters-Kapelle)

De actie van de volkssport, de rust van het kloosterleven

Herne is een plattelandsgemeente in het zuiden van het Pajottenland, tegen de taalgrens. Drie deelgemeenten en een gehucht (Kokejane) vormen groot-Herne en noemt zich ‘het groene kwadrant’. Historisch behoorde Herne samen met Sint-Pieters-Kapelle en Tollembeek tot het Hernegewoud. Herfelingen daarentegen maakte deel uit van het Kestergewoud. Beide gebieden ressorteerden onder het Land van Edingen en werden in de 12de eeuw ingelijfd bij het graafschap Henegouwen. In de maand oktober van het jaar 1211 verleende Engelbert van Edingen Herne een keur, waardoor de inwoners werden vrijgesteld van ‘de dode hand’ en een aantal andere rechten. In 2011 werd zo 800 jaar keur Herne feestelijk gevierd door de Hernse gemeenschap.

Hernse Kloosterleven

Het Kartuizerklooster van Herne werd gesticht in 1314 en is daarmee het oudste kartuizerklooster van de Nederlanden. Het klooster nam in de middeleeuwen een belangrijke culturele rol op als vertaal- en boekproductiecentrum. Het bezat een uitgebreide bibliotheek met onder andere kopieën van handschriften van de mysticus Jan Van Ruusbroeck, die het klooster in 1362 ook bezocht. De kartuizermonnik, Petrus Naghel, vertaalt hier in Herne rond 1360-61 de bijbel uit het Latijn naar het Middelnederlands. Deze bijbel dient als basis voor de eerste gedrukte bijbel in het Nederlands, die in 1477 in Delft verschijnt. Het klooster werd in 1783 opgeheven. De enige overgebleven restanten zijn een poortgebouw en een schuur. Samen met de omgeving werden deze restanten in 2003 wettelijk beschermd. Het gemeentelijk studiegenootschap van de Hernse Kartuizers bestudeert, publiceert en promoot de geschiedenis van  de kartuizerorde en haar aanwezigheid in Herne en maakt dit aspect via publicaties en tentoonstellingen beter bekend. De Hernse streekproducten met Kartuizernamen (Kartuizerbier, Kartuizerkaas, Kartuizerkoekjes,…) getuigen van de trots van de Hernenaren over dit stukje lokale geschiedenis.

In het centrum van Herne werd in 2003 een kartuizerbeeld in natuursteen, van de kunstenaar Roger Schrije, ingehuldigd. In Sint-Pieters-Kapelle daarentegen werd eind 2009 een ander opvallend bronzenbeeld geplaatst, namelijk dat van de oude champetter Ferbiest. Het beeld, van de hand van Christa Alaert, staat op de oude roepsteen waarop de champetter de nieuwtjes verkondigde na de zondagsmis. Dat gebruik is bekend in de hele streek maar weinig roepstenen zijn bewaard zoals in Sint-Pieters-Kapelle.

Het Dominicanessenklooster heeft een recentere oorsprong dan het Kartuizerklooster: In augustus 1926 namen tien Dominicanessen hun intrek in de gebouwen die ze hadden overgenomen van de Karmelietessen. Deze kloostergemeenschap van slotzusters leefden er volgens de regels van de H. Dominicus in stilte, gebed en studie. Bij het begin van W.O. II werd het vlakbij gelegen spoorwegenknooppunt van Edingen en het kloosterpand gebombardeerd door de Duitsers en grotendeels verwoest. Pas in 1948 konden de zusters hun intrek nemen in het nieuwe kloostercomplex, gebouwd volgens de plannen van architect Godin uit Brussel. Tegen het einde van de jaren 60 werd ingevolge een daling van roepingen beslist om het slotklooster op te heffen. Besprekingen en een akkoord met het gemeentebestuur van Herne hebben ertoe geleid dat eind 2010 de verkoopsovereenkomst tussen beide partijen werd ondertekend. De gemeente wil er een socio-culturele educatieve functie als nieuwe bestemming aan geven.

Voor de volkssport

Volkssporten verdwijnen? Niet in Herne! Boogschieten, duivensport, kaatsen, … in Herne leeft de volkssport. De Koninklijke Onze-Lieve-Vrouwegilde en de Koninklijke Sint-Peeters Gulde ter Waerden zijn beide boogschuttersverenigingen die belang hechten aan de geschiedenis en tradities van de sport. Breuken, vlaggen en andere memorabilia worden zorgvuldig bewaard. De kaatssport kunnen we in het Pajottenland vooral situeren langs de loop van de Dender en de Mark. Ook in Herne wordt er nog gekaatst door de ‘Jonge balspelers’ en de ‘Kleine Handbalspelers’. Naast het gemeentehuis is een kaatsterrein gelegen.

De inwoners van Herfelingen worden ook wel eens langoren genoemd. Getroffen door armoede gingen de Herfelingenaren in de 18de eeuw stropen op de velden van landbouwers. Door de boeren verklikt bij de Hertog van Arenberg, wilden de Herfelingenaren de landbouwers een lesje leren en nagelden ze de oren van de gestroopte konijnen op de poorten van de boerderijen. Het Herfelingse lef werd in 2011 beloond met een gigantisch Bunny-standbeeld, de inzet van de provinciale wedstrijd ‘Kunst op Komst’.

Jaarlijks gaat in Herne de Heilige Drievuldigheidsprocessie uit op de eerste zondag na Pinksteren. De processie wordt ook wel Kesterweg of Paardenprocessie genoemd. Het beeld van de Heilige Drievuldigheid wordt, vergezeld van honderden ruiters, rondgedragen langs de kerken van Kester, Oetingen en Herfelingen uit dankbaarheid voor het feit dat het gebied ooit gespaard bleef van de pest.

Het grootste evenement in Herne is echter de jaarmarkt die jaarlijks op Pinkstermaandag georganiseerd wordt. Deze jaarmarkt behoort zelfs tot één van de grootste van België. Aan jaarmarkten zijn tal van tradities verbonden en ook in Herne worden prijskampen voor het vee georganiseerd. Maar met optredens, eetfestijnen en tal van activiteiten is het vooral de amusementswaarde die van belang is.

Een oud volksgebruik is 'gosjdiel'. Kinderen komen aan de deur op 31 december en roepen 'gosjdiel', het dialect voor Gods' deel. Ze krijgen enkele muntjes waarmee ze meestal snoep kopen. Dit gebruik komt de laatste jaren jammergenoeg steeds minder voor.

Het geheugen van Herne

Hernia vzw is een brede culturele organisatie van kunstenaars met ondermeer oog voor het lokale erfgoed, en gaf al publicaties uit over het bouwpatrimonium van de gemeente. Het studiegenootschap van de Hernse kartuizers legt zich vooral toe op het bestuderen van de kartuizers in Herne en de Nederlanden, doet de nodige opzoekingen en organiseerde reeds tal van tentoonstellingen, lezingen en studiereizen. Heemkring Sint-Peeters ter Waerden doet opzoekingswerk over het dorpsleven en de geschiedenis van Sint-Pieters-Kapelle, het tijdschrift ‘Chronycke’, dat de kring sinds 1986 uitgeeft verzamelt dit opzoekingwerk.

Herne maakte vroeger deel uit van het Land van Edingen. De heemkundige kring HOLVEO, legde zich toe op dit gebied, bracht driemaandelijks een tijdschrift uit en verzorgde ook over Herne een aantal publicaties.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De cultuurraad adviseert het gemeentebestuur onder andere in het kader van erfgoedzaken. Het overlegplatform denkt na over de onderhoud en het herstel van het patrimonium en werkt mee aan de organisatie van activiteiten zoals Erfgoeddag, Open Monumentendag, Gedichtendag, enz. De gemeente ondersteunt de erfgoedverenigingen op financieel en logistiek vlak via de cultuurraad. In het kader van het project ‘800 jaar Herne’ zette de gemeente volop in op haar lokale erfgoed en geschiedenis: zo werden onder andere een facsimile over de Hernse Keur samen met de ‘Kleine Kroniek van het Groene Kwadrant’ uitgegeven.

Gooik

Cultureel Erfgoed in Gooik (Gooik, Kester, Leerbeek en Oetingen)

Het Pajotse volksleven

Gooik bevindt zich in het centrum van het Pajottenland en noemt zichzelf dan ook de ‘Parel van het Pajottenland’. Een benaming die niet verkeerd gekozen is gezien de rustig gelegen woondorpen, het glooiende landbouwlandschap en het rijke, gekoesterde volksleven. De eerste sporen van menselijke aanwezigheid vinden we in het Pajottenland, naast de Congoberg in Vollezele, ook terug op de Kesterheide in Gooik en dateren van 55.000 tot 35.000 jaar geleden. De Kesterheide is ook nu nog een bijzondere plaats met vergezichten over de wijde omgeving. De ‘ijzeren man’, een meetpunt voor geografische en sterrenkundige positie, een Christusbeeld, een NAVO-radarmast en een witte ballon van SatCOM getuigen van het symbolisch en geografisch belang van de heuvel.

Religieus leven

Woestijnkapel In Gooik ligt het gehucht Woestijn. De naam komt van ‘woestenij’ of woest, onontgonnen grond. Op de heuvels prijkt hier de Woestijnkapel of kapel van het Heilig Kruis. De kapel is gelegen langs de voormalige bedevaartsroute naar Compostela en is omgeven door een waas van legenden en mystiek. In de buurt bevindt zich de herberg Drie Egypten, opgetrokken in de 17de eeuw om pelgrims onderdak te geven.

Stevenisme: Pastoor Winnepenninckx uit Leerbeek was de centrale figuur van het Stevenisme dat in het Pajottenland aanhang vond op het einde van de 18e eeuw. De Stevenisten waren volgelingen van Cornelius Stevens die zich hevig verzette tegen de Franse godsdienstpolitiek waarbij de staat controle verwierf over de kerk. Momenteel komt het Stevenisme in onze regio alleen nog voor bij enkele families in Gooik en Halle. In de Stevenistenkapel, opgericht ter ere van pastoor Winnepenninckx, wordt nog elke zondag een Stevenistische gebedsdienst gehouden.

Tal van volkstradities

Volksmuziek neemt in Gooik een zeer belangrijke plaats in. Niet alleen wordt er jaarlijks het folkfestival ‘Gooikoorts’ georganiseerd, het is ook in Gooik dat Muziekmozaïek vzw, het impulscentrum voor Jazz en Folk gevestigd is. De organisatie fungeert als aanspreekpunt voor iedereen die met Jazz en Folk bezig is en organiseert jaarlijks een internationale volksmuziekstage. Muziekmozaïek heeft een uitgebreide documentaire collectie over volksmuziek met publicaties, liedjesteksten en audiovisueel materiaal. Zij is eveneens de beheerder van een omvangrijke collectie volksmuziekinstrumenten die in het gemeenschapscentrum ‘De Cam’ tentoongesteld worden. In een interactieve kijk- en luisterrondleiding leer je het ‘fluitje van een cent’ kennen en ontdek je de Vlaamse doedelzak. Krijg je van het vele zingen een droge keel, dan moet je voor een geuze of kriek naar stekerij ‘De Cam’ of volkscafé ‘De Cam’.

Volksspelen: Ook in café ‘Den Haas’ kan je een echte volkstraditie herbeleven. In dit oudste café van de regio vind je een authentieke bollebaan waar het eeuwenoude platbolspel nog wordt gespeeld. De Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde houdt een andere volkssport, het boogschieten, in leven.

Bellemannen hadden eeuwenlang een uiterst belangrijke maatschappelijke functie. Boeken en kranten waren tot laat in de 19e eeuw slechts voor een kleine groep van de bevolking toegankelijk. Aankondigingen, bevelschriften, wetten en nieuws werden gewoonlijk ‘konde gemaakt’ aan het grote publiek door de belleman. Gooik heeft nog steeds zo’n belleman die alle feestelijke activiteiten aankondigt.

De Gilde van het paardenvolk organiseert jaarlijks op de eerste zondag na Pinksteren de eeuwenoude Heilige-Drievuldigheidsprocessie, ook wel Kesterweg of Paardenprocessie genoemd. Het beeld van de Heilige Drievuldigheid wordt, vergezeld van honderden ruiters, rondgedragen uit dankbaarheid voor het feit dat het gebied ooit gespaard bleef van de pest. Ook tijdens de Sint-Hubertusviering in november zijn het paarden die de hoofdrol spelen. De dieren worden gezegend aan de Woestijnkapel, de Sint-Hubertusbroodjes worden gewijd terwijl de hoornblazers spelen.

Het geheugen van Gooik

De Heemkundige Kring van Gooik is een actieve kring die zich inzet om de geschiedenis van de gemeente Gooik vast te leggen en te bewaren. In een uitgebreide bibliotheek, nieuwsarchief en beeld- en videobank bewaart de organisatie alle informatie over haar gemeente. Via tijdschriften, publicaties, tentoonstellingen, haar website en tal van andere activiteiten maakt zij telkens een ander aspect van de rijke Gooikse geschiedenis kenbaar aan haar bewoners en geïnteresseerden.

Gooik maakte vroeger deel uit van het Land van Edingen. De heemkundige kring HOLVEO, legde zich toe op dit gebied en bracht ook over Gooik een aantal boeken uit.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente vindt het belangrijk het lokale verengingsleven en zo ook het plaatselijke erfgoed te ondersteunen en doet dit zowel op financieel als logistiek vlak. De Heemkundige Kring kan gebruik maken van een lokaal in het gemeenschapscentrum en er is een nauwe band tussen de Heemkundige Kring en de cultuurraad. Daarnaast organiseert zij samen met de gemeentes Galmaarden, Lennik en Roosdaal een erfgoedfilmfestival.

Ternat

Cultureel erfgoed in Ternat (Wambeek, Sint-Katharina-Lombeek, Ternat)

Gemeente van uitersten

In tegenstelling tot vele andere  fusiegemeenten zijn Wambeek, Sint-Katharina-Lombeek en Ternat ook in het verleden lange tijd met elkaar verbonden geweest. Tot 1795, toen België bij Frankrijk werd ingelijfd, waren de gemeenten immers verbonden onder het gezag van de heren van Kruikenburg. In 1977 werden ze weer gefusioneerd.
Ondanks deze historische verbondenheid, worden de deelgemeenten vandaag  van elkaar gescheiden door de vele verkeersaders die de gemeente doorkruisen: de E40, de Assesteenweg en spoorwegen. Ternat is een gemeente van uitersten; het verandert van een drukke omgeving met winkelcentrum en industriezone in het noorden naar een landelijk karakter met een beschermd dorpsgezicht in het zuiden.

Gebouwen, personen en culinair erfgoed

Kastelen: Het Kasteel van Kruikenburg vertelt de geschiedenis van Ternat. Het oorspronkelijk 14e-eeuwse kasteel werd afwisselend door de machthebbende families Van Wezemaels, ’t Serclaes, de Fourneau en de Lichterveldes bewoond. De broeders der Christelijke Scholen kochten het gebouw in 1938 en brachten er de school ‘Sint-Jozef-Instituut’ in onder. Een ander pareltje is het renaissancistische kasteel De Mot dat momenteel dienst doet als gemeentehuis.

Pol De Mont: Al wandelend door Wambeek ontdek je schrijver en volkskundige Pol De Mont. In de Pol De Montstraat kan je het geboortehuis van de schrijver bezichtigen. De portretten van Brueghel en De Mont delen een muur in een schildering in het centrum van  het dorp. Een MP3-wandeling brengt je langs alle ‘De Mont-plekjes’ in Wambeek. Ter ere van de schrijver werd in 2011 het Pol De Montgenootschap opgericht met de bedoeling zijn werk uit te geven, te beheren en open te stellen.

Hop en bier: In de streek rond het Noorden van het Pajottenland, en zo ook in Ternat, was hopteelt een belangrijke bron van inkomsten. Elke brouwerij beschikte over haar eigen hopvelden. Door de internationale concurrentie is de hopcultuur momenteel verdwenen maar een aantal restanten getuigen van dit roemrijke verleden. De Hopstakenkaai aan het station en een hopast getuigen nog van haar ooit dominante aanwezigheid. De geschiedenis van Brouwerij De Troch in Wambeek gaat terug tot in de 18e eeuw. Tot op vandaag maakt de brouwerij Geuze en Lambiek, een uitgebreid gamma fruitbieren werd daar aan toegevoegd.

Reden om te feesten

De bloemenstoet van Ternat is één van de vijf nog levende bloemenstoeten in Vlaanderen. Men mag er in Ternat dan ook terecht fier op zijn dat deze stoeten gezamenlijk opgenomen werden op de Vlaamse representatieve lijst voor immaterieel cultureel erfgoed. De stoet, die bestaat uit een tiental wagens versierd met diverse bloemen, gaat jaarlijks uit op Pinkstermaandag.

Reus Naren van Lombeek en reuzin Wanne van Wambeek vormen een Ternats reuzenkoppel. Zij vierden in 2008 hun 25-jarig huwelijk. Reus Naren wordt ingezet in de jaarlijkse bloemenstoet op Pinkstermaandag. Reuzin Wanne loopt dan weer mee in de tienjaarlijkse Wammekse feesten. Een prachtige folklorestoet trekt dan door de straten van Wambeek, waarin elk van de zeven gehuchten zijn eigen creatieve inbreng heeft. Naar aanleiding van deze feesten werden ook de reuzen Toone en Tine geboren.

Ejje mau verstuin? Vanuit de Ternatse erfgoedwerking wordt aandacht besteed aan de plaatselijke dialecten. Een publicatie en cd met teksten in de verschillende sappige Ternatse dialecten werd uitgebracht onder de titel ‘Ejje mau verstuin?’. Heel wat volksverhalen werden samengebracht op de website www.waterlo.be.

Het geheugen van Ternat

Heemkring Sint-Gertrudis zet zich in om het erfgoed in Ternat te bewaren. Over de jaren heen heeft de heemkring dan ook een grote erfgoedcollectie en archief opgebouwd. In tentoonstellingen en publicaties vertellen deze voorwerpen het Ternatse verhaal. De kring organiseert eveneens een ruilbeurs voor devotionalia en prentkaarten. Driemaandelijks verschijnt het Sint-Gertrudisblad.

Het Davidsfonds van Wambeek is een dynamische vereniging die voor het dorp een belangrijke erfgoedrol vervult: vanuit het Davidsfonds is de Pol De Montgenootschap ontstaan en regelmatig worden erfgoedactiviteiten zoals Open Monumentendag, Nacht van de Geschiedenis, een expobezoek, … georganiseerd. De vereniging heeft een erfgoedcollectie over Wambeek opgebouwd en bracht reeds een aantal publicaties uit. Folklore en traditie zijn belangrijk voor de werking van de vereniging.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De erfgoedcommissie is een deelcommissie van de cultuurraad en houdt zich bezig met erfgoed en toerisme. Haar doel is het Ternatse erfgoed in kaart te brengen, te bewaren en zichtbaar te maken. Verschillende verenigingen en individuen zijn lid van de commissie die de gemeente adviseert en sensibiliseert in verschillende erfgoedgerelateerde thematieken. Vanuit de commissie worden Erfgoeddag en Open Monumentendag voorbereid, maar de commissie legt zich ook toe op langetermijnsprojecten.

Sint-Pieters-Leeuw

Cultureel erfgoed in Sint-Pieters-Leeuw (Oudenaken, Ruisbroek, Sint-Laureins-Berchem, Sint-Pieters-Leeuw en Vlezenbeek)

Tussen platteland en industrie

Of de bouw van het kanaal voor Sint-Pieters-Leeuw een zegen dan wel een vloek betekende, blijft een moeilijke vraag. Dankzij de aanleg vestigden zich nieuwe bedrijven in de regio: het bracht de omgeving welvaart en zorgde voor een bevolkingsexplosie. Het grootste deel van de Zennevallei werd opgeofferd aan de industrie en vandaag bepalen de oude molens en fabrieksgebouwen het uitzicht van de omgeving. Toch is ook het behoud van een deel van de Zennebeemden net te danken aan bedrijfsactiviteiten. De ter ziele gegane lakenfabriek van Rey in Ruisbroek kon deze gronden immers goed als bleekweiden gebruiken. Tegelijkertijd zorgde de aanleg van het kanaal, spoorlijn en later van autoweg E19 ervoor dat deelgemeente Ruisbroek geïsoleerd werd van de rest van de fusiegemeente.

In het dorp van Sint-Pieters-Leeuw klimmen we uit het dal van de Zenne en begint met Oudenaken en Sint-Laureins-Berchem het Pajottenland. Net als bij de andere gemeentes in de regio, zorgde de vruchtbare grond voor een bloeiende landbouw. In de omgeving waren witloof, waterkers en aardbei belangrijke teelten.

Smaak- en reukzin

Aardbeien: Vlezenbeek vormde samen met Roosdaal, Eizeringen, Schepdaal en Itterbeek een belangrijk gebied voor de aardbeikweek in ons land. Soortnamen als “De Roem van Vlezenbeek” verwijzen naar deze teeltcultuur. Naast het bekende “Provinciale Proefcentrum voor Kleinfruit” in Roosdaal zet “De Verenigde Aardbeikwekers” uit Vlezenbeek deze traditie verder. Deze vereniging wil de belangen van de overgebleven Vlezenbeekse aardbeikwekers behartigen en het aardbei-erfgoed bewaren.

Bier brouwen: Niet al het fruit ging rechtstreeks naar de markt. Een gedeelte kwam bij de plaatselijke brouwers terecht voor de productie van de fruitbieren. Vandaag zijn er nog twee brouwerijen actief die zich met productie van lambiekbieren bezig houden: Lindemans en Belle-Vue. De traditie van het kaasmaken uit de Zennevallei kwam in Leeuw ook voor, maar is verdwenen.

Rozen: De grote trekpleister voor Sint-Pieters-Leeuw is Rozentuin Coloma. Op het kasteeldomein zijn meer dan 3.000 variëteiten oude, inheemse en exotische rozen te bewonderen. Daarnaast werd in het park ook een hoogstamboomgaard met regionale fruitvariëteiten aangeplant, als herinnering aan het rijke regionale fruitverleden.

 

Een schietgebedje

In de late middeleeuwen werd in Ruisbroek een bekende landgenoot geboren. De “Jan Ruusbroec en O.L.V.-kerk” herinnert aan de bekende mysticus uit de 13e-14e eeuw. Zijn bekkenbeen wordt er bewaard. Ruusbroec liet in de omgeving ook zijn sporen na, bijvoorbeeld door op late leeftijd naar Herne te trekken voor een bezoek aan het Karthuiserklooster.

De Sint-Sebastiaangilde is een boogschuttersgilde en is naar eigen zeggen een van de oudste van de regio. Documenten laten de geschiedenis van de gilde terugvoeren tot de 15e eeuw en de gilde bezit ook een laat-17e eeuwse breuk.

Jaarlijks gaat op 31 mei in Sint-Laureins-Berchem de Kaarskensprocessie uit. De processie begint ’s avonds met een mis in de versierde kerk en wordt vervolgd met de processie langs de verschillende kapelletjes van de gemeente. Al even traditioneel is het einde van de processie, wanneer kramiek en balletjes klaarstaan om de hongerige processiegangers aan te sterken.

Het geheugen van Sint-Pieters-Leeuw

De Werkgroep voor Streek- en Volkskunde legt zich toe op de studie van onderwerpen uit Sint-Pieters-Leeuw en haar deelgemeentes. De resultaten hiervan verschijnen in de publicatie Lewe.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente ondersteunt en werkt nauw samen met de Werkgroep voor Streek- en Volkskunde. Zo blijft de aandacht voor het gemeentelijke erfgoed wakker. Daarnaast herbergt het gemeentearchief ook een aantal waardevolle objecten en archiefstukken uit de gemeente, terwijl de Leeuwse erfgoedcel oude foto’s, filmpjes of ander beeldmateriaal uit de gemeente verzamelt. Ze wil deze documenten trouwens niet alleen bewaren, maar ook tonen, bijvoorbeeld door middel van een erfgoedbank. De toeristische dienst werkte in het verleden samen met de gemeente Beersel en de stad Halle en de Werkgroep voor Streek- en Volkskunde om de 175everjaardag van het kanaal te vieren.

Roosdaal

Cultureel erfgoed in Roosdaal (Borchtlombeek, Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, Pamel en Strijtem)

Kleinfruit, Vertelcultuur en wind

In Roosdaal zelf kent niemand Roosdaal. Wel Pamel, Strijtem, Borchtlombeek en Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. De eigenheid van haar bevolking… Gelegen tegen het Oost-Vlaamse Ninove met de Dender als grens, begint hier het landelijke Pajottenland met twee gezichten: het heuvelland dat als romantische inspiratie diende voor televisiefeuilletons, maar ook het land van kleine wrochtende boeren.

Land en lucht

Hopland: “ ’t is hop van achter de staak” of “zo dik als een hopzak”; buiten een aantal lokale zegswijzen zijn er niet veel getuigen meer van de plaatselijke hopteelt. Nochtans was deze teelt aan het begin van de 20e eeuw erg belangrijk voor het gebied tussen Affligem en Dilbeek. In Roosdaal aan “de Belle”, het belangrijke kruispunt op de kaarsrechte steenweg die in 1817 door Willem I werd aangelegd, was destijds een hopmarkt. Dit was een van de belangrijkste uit de streek. Er is zelfs een hopvariëteit naar Pamel genoemd. In Sint-Martens-Bodegem liggen nu nog een paar hopvelden en in Ternat getuigt een hopast van dit verleden.

Aardbeiland: Vandaag bezorgen vooral het kleinfruit als aardbeien of frambozen het imago van de gemeente. Net alsbijvoorbeeld in Sint-Pieters-Leeuw waren in Roosdaal vele boeren bedrijvig in de teelt van aardbijen. De boerentram naar Brussel was voor hen een noodzakelijke verbinding om hun producten tot aan hun afzetmarkt te krijgen. Vandaag zijn nog weinig aardbeitelers actief, maar de traditie wordt in ere gehouden door het Provinciaal proefcentrum voor Kleinfruit (PPK), waar de tradities rond biologische en oude teelten en oude teelttechnieken worden bewaard en verdergezet.

Windland: In de jaren ‘60 van de vorige eeuw nam kapitein Zeppos zijn intrek in de Hertboommolen aan de Molenkauter in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. Vandaag leeft de oude jeugdheld voort in het Hertboommolenmuseum, waar het verhaal over graan, molens en malen een plek krijgt. In de gerestaureerde en maalvaardige molen wordt via cursussen het molenaarsberoep aan nieuwe geïnteresseerden doorgegeven.

Over roddelen, zingen en bidden

In Roosdaal wordt van oudsher heel wat verteld. Victor “De Dikke van Pamel” De Klerck had hier al behoorlijk last van. Hij werd zo bekend dat mensen uit de omgeving naar Pamel afzakten om “Den Dikke” te zien, Gentse kranten over zijn lengte en gewicht speculeerden, mensen hem opwachtten bij zijn aankomst voor de militaire inspectie in Brussel en hij een lucratieve aanbieding kreeg voor optredens in een Parijs’ circus. Het zal hem wel zwaar gevallen zijn, want in 1885 overleed “Den Dikke” op 37-jarige leeftijd. Maar de mensen bleven wel praten. Zo leeft hij vandaag voort in vertellingen, in een reus en in een beeld. Ook vandaag wordt nog verteld en gezongen in Roosdaal. Dankzij volksmuziekgroep Arjaun blijven de Pamelse liedjes en het het Pamels dialect levend bewaard.

Zoals elders in de gemeentes uit het Pajottenland, bepalen lokale religieuze tradities nog het jaarritme. In Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek gaat jaarlijks in september voor de kermis de Mariaprocessie uit. Jaarlijks is er een kinderzegening aan de Kapel van de Zeven Beuken in Strijtem. Het kwaad van de zeven begraven heksen wordt gelukkig bezworen door de kapellen in de bomen. Naar de grot van Poelk gaat ook jaarlijks nog een processie uit en op Hemelvaartdag vindt er ook een viering plaats.

Het geheugen van Roosdaal

Erfgoed Rausa is een bloeiende vereniging die zich bezig houdt met het registreren, archiveren en ontsluiten van alles wat er zich aan immaterieel en materieel erfgoed aandient. Rausa is gevestigd in GC het Koetshuis en geeft maandelijks een boeiend digitaal tijdschrift uit. Op erfgoeddag maar ook op andere momenten worden tentoonstellingen, wandelingen en lezingen georganiseerd.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

Ook bij de gemeente groeit het bewustzijn dat het lokale erfgoed belangrijk is. Zo verleent zij logistieke steun voor de oprichting van de lokale erfgoedwerkgroep en voor een erfgoedfilmfestival.

Pepingen

Cultureel erfgoed in Pepingen (Beert, Bellingen, Bogaarden, Elingen, Heikruis en Pepingen)

Bijzondere bewoners, bijzonder erfgoed

De uitgestrekte fusiegemeente Pepingen behoort,  met haar groene, glooiende en agrarische karakter, volop tot het Pajottenland, maar is wel gelegen aan de grens met de Zennevallei en met Wallonië. Heel wat archeologische vondsten getuigen van een vroege bewoning. Er resten sporen van aftakkingen van de Romeinse heirbaan Asse – Bavai in Kattenhol en Puttenberg, terwijl de namen Pepingen, Bellingen en Elingen wijzen op een Frankische oorsprong. In de 13e en 14e eeuw was het grondgebied Pepingen onderwerp van een woelige machtsstrijd tussen graafschap Henegouwen en graafschap Brabant. Ook nu nog is er erg veel interesse voor de Pepingse gronden; meermaals diende het landschap als decor voor films en tv-series, niet onterecht noemt de gemeente zich ‘Pajottenland op zijn mooist’.

Kerkelijk, burgerlijk en sociaal erfgoed

Kerkcollecties De Pepingse kerken en hun kerkcollecties mogen gerust gezien worden. De gemeente bracht naar aanleiding van ‘Op een kier’ voor Sint-Augustinus in Beert en Sint-Martinus in Pepingen een brochure over de collectie uit en het kerkelijk decor wordt regelmatig voor culturele activiteiten gebruikt. Het Renaissancistische praalgraf van Pieter D’Herbais en zijn echtgenote Hendrika van Immerseel werd vermoedelijk gemaakt door Jan Mone en is een waar topstuk. In Beert kan je dan weer glasramen van de hand van Jef Colruyt bewonderen.

Hof Ter Rijst In Heikruis is Hof Ter Rijst gelegen. Het kasteel en park danken hun naam aan het rijshout dat in de vallei gekweekt werd en in vlechtwerk voor wanden van stallen en schuren gebruikt werd. Het huidige kasteel werd in de 15e eeuw gebouwd. In de 19e eeuw werd het verbouwd en voorzien van een gigantisch park. Het domein wordt momenteel beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos en is toegankelijk voor het publiek.

Henri Vander Stokken De gemeente heeft ook een heuse weldoener gekend. In Bogaarden werd in 1851 Henri Vander Stokken geboren. Rijk geworden in Brussel als wisselagent, wou hij zijn fortuin goed besteden. Daarom noteerde hij in zijn testament dat zijn nalatenschap moest besteed worden aan een tehuis voor bejaarden in Pepingen. Dankzij deze gift werd in 1975 een geriatrisch centrum gebouwd. Met het plaatsen van het mausoleum Vander Stokken werd zijn wens om in het Pajottenland begraven te worden eveneens gerealiseerd.

Pepingse heiligen

In Pepingen leven religieuze tradities actief verder. Sinds 1901 gaat op Paasmaandag jaarlijks een paardenprocessie uit in Elingen. De ommegang leidt tot aan de Sint-Benedictuskapel, waar paarden en bedevaarders gezegend worden. Ook jonge meisjes mengen zich onder de aanwezigen, de traditie zegt immers dat Benedictus hen aan een lief zou kunnen helpen. Daarom wordt officieus ook wel eens van de ‘vaarzenmarkt’ of ‘vjeizemet’ gesproken. Het Paascomité Elingen zorgt voor de bewaring van dit levende erfgoed.

De heilige Drogo was een Vlaamse nobele die zijn leven als kluizenaar, ingemetseld in een kerkmuur in Sebourg, doorbracht. Zijn relikwieën kwamen via gevluchte monniken uit het klooster van Cantimpré in Bellingen terecht. Al 130 jaar wordt hier, op de derde zondag na Pinksteren, het leven van deze bijzondere heilige door verenigingen en schoolkinderen uitgebeeld. De ommegang vormt de aanleiding voor een weekend lang feesten.

De traditie van het schieten op de staande en liggende wip wordt door de boogschutters van De Lustige Wippers nog actief beoefend en aan de jongere generatie doorgegeven.

Het geheugen van Pepingen

De Pepingse erfgoedwerkgroep is ontstaan in 2008 maar heeft in haar korte bestaan al heel wat erfgoedwerk verzet. De werkgroep toont aan hoe je door middel van samenwerking tussen gemeente en erfgoedvrijwilligers mooie projecten en een structurele erfgoedwerking kan realiseren. Diverse publieksactiviteiten als Open Monumentendagen, Op een kier en een expo rond schilder Jozef Lukas werden op poten gezet. Vier historische wegwijzers zullen weldra de weg richting restauratie gewezen worden, informatieborden werden bij geklasseerde monumenten geplaatst en de grote hoeveelheid Pepingse kapelletjes werd in kaart gebracht in een publicatie. De erfgoedwerkgroep zal in de toekomst onder andere op digitalisering inzetten.

Vzw Bellingahaim is een heemkring met een erg brede socio-culturele, historische en ecologische werking voor deelgemeente Bellingen. In het driemaandelijks tijdschrift ‘Kentheim’ worden heemkundige studies over Bellingen opgenomen en publicaties over het dorp opnieuw uitgegeven. Haar belangrijkste taak bestaat momenteel in het beheren, onderhouden en restaureren van het kasteel-klooster ‘Ter Loo’ dat nu dienst doet als ontmoetingscentrum. Bellingahaim is ook de organisator van de Drogo-feesten.

Pepingen valt eveneens onder het werkgebied van HOLVEO (Het Oude Land van Edingen en Omliggende). Er verschenen reeds enkele artikels over Pepingen en haar deelgemeenten.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente is erg betrokken bij haar lokale erfgoedwerking, zij lag aan de basis van de oprichting van de erfgoedwerkgroep en neemt hier nog steeds actief in deel. De projecten van de werkgroep worden logistiek en financieel door de gemeente ondersteund. Er werd zelfs een webstek voor Pepings erfgoed aangemaakt.

Liedekerke

Cultureel Erfgoed in Liedekerke

Een uniek Likerts verhaal

Liedekerke is een verstedelijkte gemeente in het uiterste noordwesten van de regio Pajottenland & Zennevallei, gelegen op de rechteroever van de Dender. De vroegste bewoningssporen gaan er terug tot de prehistorie en de Gallo-Romeinse tijd. In de 10e en 11e eeuw groeide Liedekerke uit tot een strategisch bolwerk van het graafschap Vlaanderen. In deze periode ontstond ook de naam ‘Liekercke’; kerk op de heuvel. In 1800 werd de gemeente aan Brabant gevoegd.

Van heren tot ambachtslui

De Heeren van Liedekerke Tot 1795 waren de Heren van Liedekerke de lokale machthebbers. Hun burcht, gelegen naast de Dender op het grondgebied van Denderleeuw, werd in de Franse Revolutie afgebroken. In de late 11e eeuw stichtte de burggraaf in Liedekerke een augustijnerklooster, waarvan slechts een ruïne rest. De gemeente nam in 1951 het wapenschild van de familie over als gemeentelijk wapenschild.

Ambachtsgemeente Door de forse bevolkingsgroei in de tweede helft van de 19e eeuw waren vele Liedekerkse landbouwgezinnen genoodzaakt bij te verdienen en evolueerde Liedekerke naar een dorp van ambachtslieden. De mannen gingen vaak werken in één van de steenbakkerijen in de Dendervallei, terwijl vrouwen en zelfs jonge meisjes als thuiswerkende kantwerkster of in de kantschool ‘Brusselse’ kant produceerden. Het beeld van de kantklosster aan het gemeenschapscentrum en ‘De Snuifdozen’, een actieve kantklosgroep, getuigen nog van deze geschiedenis. De sociale situatie had ook gevolgen voor de ruimtelijke ordening van het dorp: de vele steegjes ('kasjkes') die ontstonden doordat familieleden huizen bouwden in elkaars tuin zorgen voor het typische en zeer unieke Liedekerks straatpatroon. De Liedekerkenaren dragen bovendien hun bijnamen ‘Berrevoesj’ (blootvoets) en ‘messentrekker’ met grote trots.

Ommegang De devotie voor Onze-Lieve-Vrouw ter Muilen is in Liedekerke zeer levendig. De kapel Ter Muilen, in de 19e eeuw aan de rand van Liedekerkebos heropgebouwd als herinnering aan het verdwenen 13e-eeuwse kartuizerklooster, wordt beheerd door de vzw Mariavrienden. Een jaar na de oprichting van de vzw, in de zomer van 1954, werden twaalf nisvormige kapelletjes bijgebouwd. De bas-reliëfs op deze kapelletjes stellen de blijde, de droevige en de glorievolle mysteries voor. Langs deze kapelletjesroute wordt nog vaak gewandeld en tweejaarlijks vindt er een ommegang plaats.

Lokaal en divers erfgoed

De gemeente Liedekerke wordt in het plaatselijke dialect Likert genoemd. Op dit sappige dialect ‘het Likerts’ is men erg fier in de gemeente, de plaatselijke heemkring doet er dan ook onderzoek naar. Het taaltje vertoont invloeden van andere aan de Dender gelegen gemeenten, maar is voor de regiobewoners toch zeer herkenbaar.

Na de eerste wereldoorlog groeide Liedekerke uit tot een pendelgemeente. Het merendeel van de bewoners trekt dagelijks naar Brussel. De laatste jaren evolueert de gemeente tot een zeer interculturele gemeente. Nieuwe bewoners zorgen voor de inbreng van nieuwe culturen, nieuwe verhalen en nieuw erfgoed. Dat dit een interessante wisselwerking met zich mee kan brengen, bewijzen de gemeentelijke initiatieven als het festival Tinga Tinga en de inburgeringscoaching.

Bij café ’t Bakske kan nog het traditionele bolspel gespeeld worden op de bollebaan. Jaarlijks wordt in de gemeente eveneens de Grote prijs Dorette Heymans voor vinkenzetting georganiseerd. Maar als je de Liedekerkenaar vraagt naar dé Likertse volksport, dan is schaatsen ongetwijfeld het antwoord. Traditioneel liet men elke winter de weides naast de Dender onderlopen en uiteindelijk kwam er een permanente Bloso-schaatsbaan.

Het geheugen van Liedekerke

Heemkring Liedekerke wil het verleden van de gemeente en haar inwoners opsporen en bewaren. De kring legt een verzameling aan van films en video’s, fofo’s, bidprentjes, oude publicaties, … over Liedekerke. De kring is zeer actief op vlak van genealogie en ontwikkelde een databank waarin de documenten van de burgerlijke stand en doodsprentjes gedigitaliseerd werden. Via tentoonstellingen, publicaties en lezingen kunnen bewoners kennismaken met het Liedekerkse erfgoed.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente en de lokale heemkring ontwikkelden een nauwe samenwerking waarbij de heemkring input geeft in het lokale cultuur- en erfgoedbeleid. De kring kan rekenen op financiële ondersteuning van de gemeente en er wordt een lokaal en personeelshulp ter beschikking gesteld. De gemeente zet eveneens activiteiten op poten bij nationale erfgoedevenementen.

Galmaarden

Cultureel erfgoed in Galmaarden (Galmaarden, Tollembeek en Vollezele)

Pauwel, stilte en paarden

Galmaarden ligt op de overgang tussen het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen. De kalmere dynamiek van deze gemeente steekt schril af tegen de snellere beweging in het noorden en het oosten van het Pajottenland en de Zennevallei. Voor wie op zoek is naar rust, oefent de landelijke omgeving met haar golvende heuvels daarom een grote aantrekkingskracht uit. In Villa Hellebosch bijvoorbeeld, kunnen schrijvers tot inspiratie komen. De omgeving nodigt hiertoe echt uit. Het stiltegebied Dender-Mark strekt zich immers ook uit over de gemeente. De rustige landelijkheid was echter niet altijd een troef. Grote armoede bracht de inwoners er in de 19e eeuw toe om hun loon te gaan verdienen weg van huis in de mijnen van de Borinage.

Diepgravers

Fossemannen: Een deel van het station van Galmaarden werd als museum ingericht ter nagedachtenis aan de kompels die dagelijks de tocht naar het “zwarte land” ondernamen. Aan het station van Tollembeek wordt de herinnering ook levendig gehouden in de vorm van een grote mijnwerkerslamp en in Vollezele staat een buste van een mijnwerker. De naam “Congoberg”, waar de “fossemannen” zwart als roet langstrokken, verwijst waarschijnlijk ook naar dit verleden.

Woordcultuur: Al is het niet altijd goed geweten, maar Galmaarden heeft een traditie van schrijvers en schrijven hoog te houden. In Vollezele is naast Villa Hellebosch ook een toneelschrijver hiervoor verantwoordelijk: Jan Ballings. Als auteur van een honderdtal toneelstukken, heeft hij zijn stempel gedrukt op het Vlaamse amateurtoneel. Daarnaast schreef hij ook gedichten. Naast Ballings heeft Galmaarden ook Andries d'hoeve als inwoner gekend. Naar hem werd een wandeling vernoemd dat vanaf 2012 een poëziepad wordt. De legaten van beide mannen zijn in bezit van de gemeente. De traditie van poëzie wordt door de dorpsdichters verdergezet.

Levend en rustig erfgoed

Paardenkracht: Nog in Vollezele is het “Museum van het Belgisch Trekpaard” gevestigd. Deze deelgemeente kende in haar gloriejaren verschillende grote stoeterijen. Hier werd door middel van uitgekiende kruisingen het ideale trekpaard ontwikkeld. De industriële 19e eeuw zorgde voor een grote vraag aan paardentrekkracht en via keuringen en wedstrijden werd het ideale type trekpaard gevonden. De eerste hengst die alle nationale en internationale keuringen won was Brilliant, zoon van Orange I en ook Prince genoemd. Brilliant wordt dan ook de stamvader genoemd van het Stamboek van het Belgisch Trekpaard. Zijn beeld staat op het plein aan de ingang van het museum. Het Museum van het Belgisch Trekpaard herbergt een grote collectie en een archief over het trekpaard. Vanaf Pasen 2012 is de vernieuwde opstelling, speciaal op maat van kinderen en gezinnen klaar.

Even halt houden: Stilte en leefkwaliteit als erfgoed: een beetje vreemd op het eerste gezicht, maar niet onlogisch. In het Stiltegebied Dender en Mark vind je een geluidskwaliteit die je in Vlaanderen nog zelden aantreft. Ook stilte, rust en ruimte moeten we koesteren en vrijwaren als immaterieel, ‘ontastbaar’ erfgoed. Dit initiatief nodigt tegelijkertijd uit om even stil te staan bij jezelf en je dagelijkse activiteiten. Waerbeke reikt je hiertoe een aantal sleutels aan. Meer informatie vind je op www.portaalvandestilte.be.

Tradities en volkssport

Het Heilig Kruis: Van deze traditie zijn sporen terug te vinden tot 1644. De zorg voor dit relikwie wordt gedragen door het “Broederschap van het Heilig Kruis”. De ommegang vindt jaarlijks plaats op de vooravond van Witte Donderdag. Aan het relikwie van het Heilig Kruis zijn heel wat mirakelverhalen verbonden: het relikwie verdween enkele malen, maar dook telkens opnieuw op. Deze legendes werden in het verleden enkele malen in het Heilig-Kruisspel vertolkt.

Schuttersgilden: Met de ommegang loopt ook de “Gilde van het Heilig Kruis” mee, een schuttersgilde en beschermer van het reliek. Galmaarden telt daarnaast nog een tweede schuttersvereniging: de Schuttersgilde Willem Tell. Hier vind je een overzicht van de verenigingen in Galmaarden.

Pauwelviering: Misschien de meeste merkwaardige en unieke traditie uit de regio is de viering ter ere van de Pauwel. Wortels van deze viering gaan terug tot 1382. Dat is het jaar waarin de heilige Paulus Galmaarden van de pest redde. Jaarlijks kiest de St.-Paulusgilde een nieuwe Pauwel onder de Galmaardse jongens en volwassen mannen. Daarna gaat hij samen met zijn bende, de ‘apostelen’, op stap. Alles speelt zich af rond het gehucht St.-Paulus (de kapel en de hoeve). De viering vindt plaats op de dag dat Paulus zelf christen werd: zondag 25 januari, of de zondag die daarop volgt. "Wa goeëm da goe volk va Gallemoeërn geven? Wa eet da goe volk va Gallemoeërn verdinjt? PLOOIK!"

Kaatsen: De Dender vormt de as waarlangs de kaatssport beoefend wordt, zowel in Vlaanderen als Wallonië. Hierdoor is het een regionale sport bij uitstek. Ook Galmaarden is goed vertegenwoordigd: De Baljuwers, Felix, Markdal, Commando, Op en Over en Pallieters. Wil je meer weten over kaatsen of je aansluiten, dan kan je ook terecht bij de Vereniging der Kaatsamateurs.

Het geheugen van Galmaarden

Galmaarden maakte vroeger deel uit van het Land van Edingen. De heemkundige kring HOLVEO, legde zich toe op dit gebied en bracht over Galmaarden een aantal boeken uit.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente verzorgt (logistieke) steun voor de plaatselijke erfgoedverenigingen en ondersteunt de plaatselijke tradities. Daarnaast organiseert het samen met de gemeentes Gooik, Lennik en Roosdaal een erfgoedfilmfestival.

Bever

Cultureel Erfgoed in Bever

Een grensgeval

De gemeente Bever is in verschillende opzichten een bijzondere gemeente in de regio Pajottenland & Zennevallei. Met haar ligging, grenzend aan Oost-Vlaanderen en Henegouwen, is ze de meest westelijke en zuidelijke gemeente van de provincie Vlaams-Brabant. De gemeente behoorde tot de slag van Waterloo tot het graafschap Henegouwen. Na de Belgische Onafhankelijkheid in 1830 behoorde Bever tot de vastlegging van de taalgrens in 1963 tot de provincie Henegouwen. Vervolgens werd Bever een taalgrensgemeente in Vlaams Brabant. De gemeente is nooit gefusioneerd en heeft zijn gezelligheid en groene karakter kunnen bewaren.

Devotie- en machtsporen

Grote devotie: In Bever zijn er nog heel wat sporen van het religieuze leven en devotie waar te nemen. Zo heeft de gemeente twee parochiekerken: Sint-Martinus en Sint-Gereon. Er zijn in het landschap heel wat kapelletjes en kruisen waar te nemen. In het 19de-eeuwse kloostergebouw van de zusters van Franciscus van Sales in Poreel is momenteel het stiltecentrum Rosario gevestigd, waar jaarlijks het religieus muzikaal festival ‘Musica Sacra’ georganiseerd wordt.

Henegouwse macht: Op de weg van Bever naar Akrenbos is een merkwaardige heuvel waar te nemen. Dit is niet zomaar een heuvel, maar wel een motte waarop in de middeleeuwen een burcht stond, die de macht van de graven van Henegouwen in de streek moest bevestigen. De diverse artefacten die bij archeologische opgravingen aan het licht kwamen, zijn in het Zuidwest-Brabants museum in Halle te bewonderen.

Een processie, heksen maar geen straten

Jaarlijks gaat in Bever vanaf de Sint-Martinuskerk een processie uit op sacramentszondag. In 2007 werd éénmalig ter ere van het 200-jarig bestaan van Sint-Martinus een Martinusprocessie georganiseerd die het hele dorp op de been bracht.

Maar Bever was niet steeds even godvruchtig: ten tijde van de Spaanse inquisitie werden twee vrouwen veroordeeld wegens toverij. Ze werden verbrand na te zijn gewurgd. De folkloregroep de Makrallen wil de geschiedenis van de heksen in eer houden. Deze vereniging brengt toneelopvoeringen over heksenprocessen, neemt deel aan stoeten en organiseert regelmatig heksenwandelingen. Ook het heksenbeeld op de Plaats houdt het heksenverhaal in leven en een heksenreuzin ‘Tinneken Delval’ ziet in september 2012 het levenslicht.

Bijzonder aan Bever is het ontbreken van straatnamen (op een tweetal na). Is dit altijd zo geweest of werden de straatnamen afgeschaft tijdens WOII om het de bezetter moeilijk te maken? Zeker weten we het niet, maar het zorgt in elk geval voor heel wat gespreksstof in de gemeente.

Het geheugen van Bever

Bever heeft een cultuurraad die ook op vlak van erfgoed en geschiedenis zeer actief is. De cultuurraad verleent erfgoedadvies aan de gemeente, organiseert op regelmatige basis erfgoedactiviteiten voor de lokale bevolking en zet in op inventarisatie en registratieprojecten. In 2012 werd een Heemkring opgericht. De organisatie wil het werk van Dominique Delvin, een Beverse Heemkundige die in 1906 ‘Histoire de la commune de Biévène’ schreef, verderzetten.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente Bever is zich bewust van de waarde van het lokale erfgoed en ondersteunt dan ook de erfgoedinitiatieven in de gemeente. Erfgoedactiviteiten kunnen rekenen op materiële steun en de cultuurraad krijgt als belangrijke erfgoedspeler een werkingsbudget.

Beersel

Cultureel erfgoed in Beersel (Alsemberg, Beersel, Dworp, Huizingen en Lot)

Tussen industrie en platteland, bos en stad

Door haar strategische ligging tussen de Zenne en het kanaal Brussel-Charleroi in het westen en het Zoniënwoud in het Oosten en tussen Brussel in het Noorden en Wallonië in het zuiden, is Beersel een verrassend diverse gemeente. De kruisbestuiving van invloeden uit de grootstedelijke cultuur en nijverheid en van de landelijke omgeving van de Zennevallei en het Zoniëngebied zijn bepalend voor de identiteit van de gemeente.

Ambacht, industrie en cultuur in contact

Streekproducten centraal: Voor de productie van de lambiekbieren vormt de vallei van de Zenne een belangrijke spil. In dit verhaal neemt Beersel met haar drie nog functionerende geuzestekers en -brouwers een centrale rol in. Om het belang van deze economische tak te benadrukken, opende in 2011 bezoekerscentrum “De Lambiek”, als toegangspoort tot dit culinaire erfgoed. Dit bezoekerscentrum kwam tot stand in samenwerking met HORAL, de Hoge Raad voor Ambachtelijke Lambiekbieren.

Ook de mandjeskaas is een historisch streekproduct uit de gemeente. Terwijl er vroeger meer dan 140 kaasmakerijen actief waren, houdt vandaag nog slechts één firma deze traditie in ere: Walschot. Zowel de productie van de lambiekbieren als van de mandjeskaas zijn een goed voorbeeld van hoe regionale productie en specialisatie de welvaart van de omgeving kon verzekeren onder meer dankzij de nabije afzetmarkt van de hoofdstad.

Industrie en kanaal: Haar strategische ligging zorgde ook voor de industriële ontplooiing van de gemeente. Belangrijke economische aders als het kanaal tussen Brussel en Charleroi en de autoweg E19 naar Bergen werden zo ook erg bepalend voor de omgeving. De industriële verbondenheid met de hoofdstad is geen recent verhaal, maar gaat zeker terug tot de 16e eeuw, toen in de regio verschillende papiermolens ontstonden op de Molenbeek en de Zenne, onder andere voor de hoofdstedelijke administratie. Het heuvelachtige landschap met dalen en snelstromende beken leende zich daar prima toe. Het museum van de oude Herisemmolen herinnert hier nog duidelijk aan.


Culturele broedplaats:
Net als in Sint-Genesius-Rode, Drogenbos of Linkebeek kreeg Beersel heel wat kunstenaars over de vloer. Hendrik Conscience deed in Dworp inspiratie op voor ‘Een verwarde zaak’. De oudste toeristische wandeling van Vlaanderen herinnert aan zijn aanwezigheid. Ook auteur en theatermaker Herman Teirlinck woonde een tijd lang in Beersel. Zijn geest waart nog rond in het huis dat hij ooit bewoonde en waar nu een kunstencentrum gevestigd is. In de jaren ’60 van de vorige eeuw zakte uit Brussel ook de anarchistische en communistische  schilder Wilchar naar Alsemberg af. Hij is vooral bekend door zijn anti-Duitse affiches uit de Tweede Wereldoorlog. De gemeente kocht zijn collectie aan en stelt deze tentoon in het Wilcharmuseum.

Kegelen, reuzen en bedevaart

Met de jaarmarkt in oktober in Dworp, zijn Juul, Anna en Piet, de plaatselijke reuzen, ook van de partij. In Alsemberg heeft “volkssport” een nieuw elan gekregen. Toen een aantal buurtbewoners bij het maaien van het gras een oude kegelbaan ontdekten, was dat reden genoeg om een oude traditie nieuw leven in te blazen. Sindsdien rolt kegelvereniging “De Meiboom” regelmatig een balletje.

Net als Halle was Alsemberg een belangrijke bedevaartplaats voor de verering van Maria. De devotionele gebruiken zijn vandaag haast vergeten, maar de religieuze architectuur herinnert nog aan deze belangrijke plaats: de Onze-Lieve-Vrouwkerk en de kappelletjes van de Weg-Om.

Het geheugen van Beersel

Voor een overzicht op het lokale verleden, zorgt het Heemkundig Genootschap “Van Witthem”, genoemd naar de vroegere kasteelheren van Beersel. Dit genootschap ontsluit en bewaart het erfgoed in groot Beersel en werkt daarvoor nauw samen met de gemeente. Het genootschap ontwikkelde zo bijvoorbeeld een genealogische databank die vrij raadpleegbaar is in de bibliotheek en ze verzamelt (en restaureert) collectiestukken uit de gemeente. Zo wordt het erfgoed voor de toekomst goed bewaard en blijft het toegankelijk.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De gemeente Beersel investeert in haar erfgoed. Als beheerder van de Wilcharcollectie, de Teirlincksite en met het beheer van het gemeentearchief door een archivaris, zet ze in op het behoudt van haar erfgoed. Door nauwe verbondenheid met het Heemkundig Genootschap en het uitwerken van educatieve pakketten (bv. voor het kasteel van Beersel) zet ze ook in op ontsluiting voor het publiek. De ontwikkelingen bij de restauratie van het kasteel worden dan ook op de voet gevolgd en de archeologische opgravingen leverden al heel wat materiaal en kennis over haar vroegere bewoners op. Beersel zag als eerste gemeente uit de regio ook het belang in van een degelijke inventarisatie en publieksontsluiting van haar roerend erfgoed. Verschillende collecties werden ondertussen ingevoerd in Erfgoedplus.be, de databank en website voor cultureel erfgoed in Limburg en Vlaams-Brabant.

Dilbeek

Cultureel erfgoed in Dilbeek (Dilbeek, Groot-Bijgaarden, Itterbeek, Schepdaal, Sint-Martens-Bodegem, Sint-Ulriks-Kapelle)

Op het scherp van de snee: tussen stad en Pajottenland

Nergens tussen het Pajottenland en de Zennevallei is de overgang van grootstad naar het platteland zo goed merkbaar als in Dilbeek. De Ninoofsesteenweg en het klaverblad van Groot-Bijgaarden maken van de gemeente een strategisch knooppunt. Dit zorgt voor een grote werkgelegenheid in de gemeente, maar ook voor een toevloed van nieuwe inwoners. De luxewoningen van de Kaudenaardewijk, gebouwd rond 1920-1930, getuigen dat de ligging van Dilbeek ook toen al aantrekkelijk was voor de gegoeden uit Brussel. De dichte bebouwing van Groot-Bijgaarden en Dilbeek steken echter fel af tegen het landelijke Sint-Martens-Bodegem. De wederzijdse beïnvloeding tussen stad en platteland zijn goed af te lezen in de schilderwerken van Jean Brusselmans, een Brusselse schilder die zich aan het begin van de 20e eeuw in Dilbeek vestigde. En laat ons vooral ook die andere schilder niet vergeten, die zijn sporen in Dilbeek naliet: Pieter Bruegel de Oude.

Bruegel, bier en boemeltram

Bruegel: Net als Brusselmans liet Bruegel zich een paar eeuwen vroeger inspireren door het Pajottenland. De laatste tien jaren van zijn leven woonde hij in Brussel en inspiratie voor zijn doeken haalde hij o.a. uit de Pedevallei. In “De parabel van de blinden” is er voor het kerkje van Sint-Anna-Pede een prominente rol weggelegd.

Hop: Van het oude culturele boerenlandschap zoals het bij Bruegel of Brusselmans te zien is, blijft niet veel over. De imposante gebouwen van brouwerij Eylenbosch toornen leeg boven de Ninoofsesteenweg uit als herinnering aan het bierverleden. Maar als we verder kijken, vinden we in Bodegem wel nog twee hopvelden terug, de restanten van de eens bloeiende hopcultuur die floreerde tussen Affligem, Ternat, Asse en Dilbeek.

Boerentram: Op diezelfde steenweg denderde tot het einde van de jaren ’60 van de vorige eeuw de boerentram tussen het Pajottenland en Brussel. Deze tram was een belangrijke levenslijn om de plaatselijke producten naar de markt te brengen. De sporen zijn verdwenen, maar de Tramsite Schepdaal getuigt nog van dit belangrijke vervoersmiddel. De oude stelplaats herbergt een aantal gerestaureerde tramstellen. Bezoek van de site is mogelijk. Bij een ander spoorwegmonument merk je niet eens dat het er is; toch niet als je erover rijdt. Daarom loont het de moeite om het 520 m. lange viaduct van Itterbeek met haar 17 bogen eens van aan de voet te bekijken.

Over bijnamen en tradities

Keizer Karel was een verwoed reiziger. De vorst moet zijn tochten door de Nederlanden beklaagd hebben, want overal waar hij kwam, gebeurde er wat. In Olen in de Kempen kreeg hij een pot met drie oren voorgeschoteld en ook in Dilbeek was het prijs. Toen hij in “In de Gouden Kroon” wou overnachten, bestelde hij varken aan het spit. De waard zette hem echter een versgestroopt konijn voor. Het bedrog kwam uit, en sindsdien worden de Dilbekenaren konijnenfretters genoemd.

Of de waard werd opgesloten in de Dilbeekse gevangenis, de Alenatoren, weten we niet. Wel weten we dat de naam verwijst naar de zogezegde woonplaats van de heilige Alena, dochter van de heer van Dilbeek, die als martelares stierf en in Vorst begraven ligt. Andere sporen van devotie vinden we in Groot-Bijgaarden terug. De H.-Wivinaprocessie gaat daar telkens de 1e zondag van mei uit.

Een vereniging met historische wortels uit de gemeente is de Sint-Sebastiaansgilde uit Sint-Ulriks-Kapelle. De gilde werd in 2002 heropgericht en baseert zich op het reglement van de teloorgegane gilde van Groot-Bijgaarden en op documenten van de oude gilde van Sint-Ulriks.

In Dilbeek houdt de Reuzengilde van Wolsem de reuzentraditie levend.

Het geheugen van Dilbeek

De heemkundige werking in Dilbeek is vooral geconcentreerd in Sint-Martens-Bodegem. Deze deelgemeente is immers voorzien van twee verenigingen.

Heemkring Bodeghave bekommert zich hoofdzakelijk om de lokale geschiedenis en het cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente Sint-Martens-Bodegem. Wat het Bodegemse erfgoed betreft, organiseerde de kring o.m. tentoonstellingen omtrent verdwenen dorpscafés, de aanleg van de spoorweg, het Bodegemse verenigingsleven, bijzondere Bodegemnaars en de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Verder ijvert de kring voor de instandhouding van het plaatselijke volksleven en het "Beugoems" dialect".

De Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap legt zich ook toe op het plaatselijke dialect. De vereniging maakt zich ook sterk in opzoeking, publicatie en archiefwerking (bijvoorbeeld het kerk- en parochiearchief) en houdt regelmatig lezingen.

Daarnaast is ook de regionale afdeling van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde (VVF) gevestigd in de gemeente. De vereniging wil je aan de hand van voordrachten en cursussen graag bijleren hoe je zelf met genealogie aan de slag kan. De afdeling beschikt ook over een documentatiecentrum en een databank.

Culturama vzw bekijkt het erfgoed vanuit een educatief perspectief. De vzw legt zich toe op gidsenwerking rond cultuur en erfgoed in Brussel en Dilbeek.

Gemeentelijke erfgoedondersteuning

De ondersteuning van het plaatselijke erfgoed door de gemeente gebeurt vooral door de steun aan vzw Dilbeeks Erfgoed. Deze vzw zet zich in voor het behoud en de toeristische ontsluiting van een aantal Dilbeekse monumenten, zoals de Pedemolen, de Alenatoren met Ijskelder en het huisje Mostinckx. Daarnaast verzorgde de vzw een inventaris van bouwkundig erfgoed in de gemeente en zet zich in op de gemeentelijke erfenis van Bruegel door middel van wandelingen en het Openlucht-Bruegelmuseum in Sint-Anna-Pede.