Traditie in de kijker: Boerkozen

25.11.2016

                    Mijn stiel: Boerkoos

Dit jaar reizen de vrijwilligers van Erfgoedcel Pajottenland Zennevallei de regio rond op zoek naar de tradities die hier leven of geleefd hebben. Vandaag zijn er heel wat mensen die zich met hart en ziel inzetten zodat hun traditie kan blijven bestaan, andere tradities verdwijnen geleidelijk. Zo had je vroeger enkele typische beroepen in onze streek, zoals de boerkozen, die vandaag (bijna) niet meer bestaan. Monique en Laura gingen langs bij boerkoos op rust Jef Neufkens. 

Boerkozen waren tuinbouwers die vroeger in de rand rond Brussel grote oppervlakten grond bewerkten . Ze kweekten er allerlei groenten en verkochten deze op de vroegmarkt in Brussel.

Van het veld naar de vroegmarkt

“Ik ben als boerkoos geboren, mijn grootouders en mijn ouders waren boerkozen in Sint-Jans-Molenbeek en ikzelf later in Dilbeek. Wij hadden nooit gedaan, wij stonden op het veld tot ’s avonds laat om onze groenten te kweken, sliepen enkele uren, en moesten dan vroeg uit de veren om naar de vroegmarkt in Brussel te gaan. Alles wat gekweekt werd in de rand van Brussel door de boerkozen, - en dat waren er toen veel -, was voor de winkeliers. Elke winkelier kwam op de vroegmarkt zijn gerief kopen.”


Wat kweekte je allemaal?

Onze tuin was verdeeld in bedden van ongeveer één are. Wij kweekten er radijsjes, prei, selder, wortelen, kervel en peterselie. Alles was manueel.

Onze groentetuinen lagen hier goed, beschut van de noorderwind dankzij de hoge bomen op de Taborberg. Onze vruchten genoten hier van de eerste warme zonnestralen en we waren vaak als eerste op de markt met onze radijsjes en onze worteltjes. Ze waren gegeerd en brachten goed op. Als ik jong was ging reden we nog met paard en kar Brussel binnen. Dat was een leven hoor!

 De Boerkozenbond

De boerkozen waren verenigd in de Boerkozenbond, waarvan Jef jarenlang penningmeester was. De  bond ontstond doordat de tuinders die op de vroegmarkt van Brussel hun producten kwamen aanbieden, elk afzonderlijk aangewezen waren op de marktvoorschriften van de stadsdiensten die dikwijls voor geschillen zorgden over standplaatsen, het binnenrijden in de stad en de beginuren enz. Daardoor groepeerden enkele Boerkozen zich om hun belangen gezamenlijk te verdedigen. In de glorietijd van tussen 1945 tot 1975 waren er meer dan duizend leden. In 2008 werd de bond opgedoekt, er waren toen nog een twintigtal boerkozen.  

Heimwee naar vroeger

“We zagen onze stiel sterk evolueren. Vóór de Tweede Wereldoorlog was het hard werken maar we kregen eerlijke prijzen voor onze producten. In die tijd was de stad afhankelijk van onze teelt. We gingen met tram, hondenkar of paard en kar, later met een camion, onze groenten verkopen op de Grote Markt in Brussel. Dat herinner ik mij als een zalige tijd."

De oorlogsjaren waren ook voor de Boerkozen een trieste periode. Ze werden verplicht hun producten te leveren aan een coöperatie tegen vastgestelde en vrij ongunstige prijzen.

"Na de oorlog zijn de verdiensten van land- en tuinbouw stilaan maar zeker beginnen afnemen. Het begon met onteigeningen van vele gronden, zo moesten mijn gootouders weg uit Sint-Jans-Molenbeek voor de bouw van een Delhaize. Er waren veel onteigeningen in die tijd voor woningbouw en voor grote vestigingen zoals het Westland shoppingcenter. We stonden vaak voor de keuze: ophouden met boerkoos zijn of ons verder vestigen."

De grootste verandering in de stiel kwam er door het ontstaan van de veilingen in Zellik en elders. De tuinders werden ontmoedigd om zelf hun vruchten aan de man te brengen en aangemoedigd om ze naar de veiling te brengen. Door het toenemend vrachtwagenvervoer werden ook meer en meer groenten en fruit aangebracht van andere landen waardoor de groentetelers stilaan verdrongen werden door de groothandelaars die hun waren gingen kopen in Spanje en Italië.

                      Interview door Monique Wylock en Laura Eskens

                                   Artikel door Monique Wylock

 

 

Reageer

Zo jammer dat kleinschalige tuinders niet meer rechtstreeks aan verbruiker kunnen leveren, maar zit dat niet opnieuw in de lift??

Er zijn verschillende boerenmarkten in de streek waar boeren eigen geteelde produkten rechtstreeks aan de consument aanbieden. Gaasbeek opzaterdagnamiddag vanaf 15 uur. Dilbeek op zaterdagvoormiddag aan de Westrand.

Ook in mijn familie werden boerkozen onteigend voor het Erasmus ziekenhuis in Anderlecht - Meylemeersch. Mijn neef Jean Crabbe heeft een boek geschreven over deze problematiek.

Mijn grootouders waren boerkoos, eerst op de Adolphe Willemynsstraat in Anderlecht, waar ze onteigend werden, later in de Broekstraat in Dilbeek. Ik probeer nu zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de boerkozen, daarom zou het boek van Jean Crabbe me kunnen interesseren. Titel? en waar kan ik nog een exemplaar vinden? Met vriendelijke groeten, Willy