TRADITIE IN DE KIJKER: De orde van de groene bel

25.04.2017

"Hopperanken, de kathedralen van het Pajotse Landschap" 

Dit jaar reizen de vrijwilligers van Erfgoedcel Pajottenland Zennevallei de regio rond op zoek naar de tradities die hier leven. Heel wat mensen zetten zich met hart en ziel in zodat hun traditie kan blijven bestaan. Lina  ging spreken met Joris Vanderveken, stichtende voorzitter van de Orde van de Groene Bel. Joris zijn grootvader was hoppeboer, dus hij kreeg zijn passie met de genen mee.

L: Hoe is de orde van de Groene bel ontstaan?

J: De Orde van de Groene Bel ontstond in 2013. Toen (en vandaag) was er nog één hoppeboer actief in Sint-Martens-Bodegem, Jean De Wael. We waren met een groep vrijwilligers gehecht aan de hopcultuur die zo typerend is voor onze streek en veel impact heeft op het landschap. Om te vermijden dat dit teloor zou gaan, besloten we hem te ondersteunen in zijn activiteiten voor hij er mee zou stoppen. Het is gemakkelijker iets bestaande gaande te houden dan van nul te beginnen.

L: Wat doen jullie met de Groene bel?

J: We proberen vrijwilligers samen te brengen die de hoptelers bij grote piekmomenten kunnen helpen. Dat is bijvoorbeeld in het voorjaar wanneer de eerste hopranken aangebonden moeten worden zodat de plant kan groeien. Ook bij de oogst, bij het binnenhalen van de hopranken en de verwerking ervan met de plukmachine. Ook willen we de oude hopsoorten zoals de Groene Bel, de Coigneauhop en de Record opnieuw cultiveren. Wij willen dus de hopcultuur in het Pajottenland ondersteunen en bewaren.

L: Was de hoppecultuur in deze streek vroeger erg belangrijk?

J: De hoppecultuur in onze streek is zeer oud en was economisch zeer belangrijk voor deze streek. We kunnen teruggaan tot de middeleeuwen. De abdij van Affligem had bijvoorbeeld vele landerijen in eigendom. Zij hebben de hopteelt vanuit Duitsland naar hier gehaald. Hop was toen heel belangrijk om te leveren aan de vele brouwerijen. Rond 1800 was er ook een vereniging die de naam Groene Bel droeg, de naam van de hoppesoort in eigen streek.

L: Hebben jullie contact met andere ‘hoppeverenigingen’?

J: Ja, we werken samen met de werkgroep Groen School van het Lyceum van Aalst. Zij willen ook oude hopsoorten in ere herstellen. We hebben ook contact met Poperingse hopboeren. Ook zij hebben het heel moeilijk om opvolging te vinden. Zelf ben ik ook coördinator van de Hoppestoet in Asse.

L: Op welke manier willen jullie de hopcultuur uitdragen?

J: In het huisje Mostinckx is er de hoppeschuur. Je vindt er palen en draden voor de hopcultuur, ploegjes, kapmessen om de grond in orde te brengen of onderdelen van plukmachines. Je kan er ook zien hoe een hoppe-ast er vroeger uit zag. Er hangen diploma’s die werden uitgereikt aan hoppeboeren en andere handelsdocumenten van de boeren. In 2015 organiseerden wij een hophappening in het huisje Mostinckx. Het Recordbier werd er geproefd, op drie uur tijd was onze hele voorraad op!

Daarnaast nemen we ook deel aan de tweejaarlijkse Hopduvelstoet in Asse. Ondertussen bestaat er ook al een hoppraline en hopkaas. Sportievelingen kunnen de hoppewandeling in Dilbeek afwandelen. Tot slot zijn er ook vele tochten met huifkar, fiets, per bus doorheen het land van Aalst-Asse en Poperinge langsheen hopsites.

L: Zijn er momenteel nog sporen van de hoppeteelt in het landschap te zien?

J: Eigenlijk vind je maar heel erg weinig landschappelijke sporen van hoppeteelt. Hier en daar zijn er nog wel kleine boerderijtjes waar je aan de stijl van de daken en de schouw kunt zien dat daar ooit een hopast is geweest. Dat is een heel typerende schouw die meedraaide met de wind. In het huisje Mostinckx vind je daar nog foto’s van.

Verder zijn er ook  maar heel weinig hoppevelden meer. In de winter is dat een vrij kaal veld. Pas in de lente en in de zomer groeit de hoppe in de hoogte en is ze zichtbaar in het landschap. Die bloeiende verticale hopperanken zijn zo mooi in het glooiende landschap. Het zijn net kathedralen! 

                                      Interview: Lina Demeersman

                                             Tekst: Betty Denys

                                  Foto's: www.ordevandegroenebel.org

Reageer

Betty, heb genoten van je artikel! Interessant en leuk.